Als deel van een bredere vorming leren jongeren de wisselwerking tussen mens, voeding en milieu en hun eigen positie daarin verkennen.
Jongeren verwerven ondersteunende kennis en vaardigheden op vlak van natuurwetenschappen en sociale wetenschappen.
De natuurwetenschappen geven jou een technische en exacte kijk op de wereld.
De sociale wetenschappen bezorgen je inzicht in jezelf, je medemens en de maatschappij.
Jongeren ontwikkelen een aantal competenties via integrale opdrachten:
– binnen een welomschreven opdracht sociaal -wetenschappelijke en
natuurwetenschappelijke onderwerpen onderzoeken;
– binnen een welomschreven opdracht een persoonsgebonden activiteit voor een groep organiseren / een maaltijd voor een groep plannen, voorbereiden en
bereiden;
– binnen een welomschreven opdracht iets mondeling voor een groep presenteren;
– de eigen studieloopbaan in handen nemen.
|
Jongeren kunnen doorstromen naar de specialisatiejaren TSO: Leefgroepenwerking (Se-n-se*), Animator in de ouderenzorg (Se-n-se*), Tandartsassistentie (Se-n-se*), naar Internaatswerking (Se-n-se*) en naar Verpleegkunde (HBO5**).
Zij kunnen ook doorstromen naar opleidingen in sociale, agogische, gezondheids – en onderwijssector in het hoger onderwijs (bv. logopedie, verpleegkunde, leraar,…).
Een professionele bachelor moet mits de juiste inzet en motivatie mogelijk zijn.
* Se-n-se = Secundair – na – secundair (1 jaar)
** HBO5 = Hoger Beroeps Onderwijs Niveau 5 (3 jaar) |